26 juni
Willeke Smits

Willeke Smits is organist van de Leidse Binnenstadsgemeente in de Hooglandse Kerk in Leiden. Ze is de vaste bespeler van het monumentale De Swart-Van Hagerbeer-orgel en het romantische Willis-orgel. Ook is de ze vaste begeleider van de Leidse Cantorij.

Willeke studeerde orgel bij Kees van Houten en Reitze Smits, kerkmuziek bij Bernard Winsemius en koordirectie bij Krijn Koetsveld aan het Utrechts Conservatorium. Daarna deed ze vervolgstudies in koordirectie bij Joop Schets en piano bij Geoffrey Madge. In 2017 was Willeke finalist van de ‘International Sweelinck Competition’ in Amsterdam en Haarlem.

Willeke is als ambassadeur van het orgel actief als concertorganist, ze heeft een bloeiende praktijk waarin een uitdagende programmering centraal staat. Ze heeft een lespraktijk voor orgel en piano en maakt deel uit van de redactie de van de werkgroep Psalmen van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. Tot medio 2018 was Willeke cantor-organist van de Tuindorpkerk in Utrecht, waar ze het monumentale Ruprecht-orgel van de Tuindorpkerk bespeelde en leidinggaf aan de veelkleurige kerkmuzikale praktijk.

Willeke bracht diverse cd’s uit waarvan de cd met orgelwerken van Hendrik Andriessen een 10 kreeg in het blad Luister. Ze bracht een dubbel-cd uit met werken van Johann Gottfried Walther, ondergewaardeerd tijdgenoot van Johann Sebastian Bach, die met een 10+ in het blad De Orgelvriend werd geprezen. Een niet minder groot succes is de verschijning van ‘Happiness’, een cd waar je vrolijk van wordt!

Programma

Dietrich Buxtehude (1637-1707)
Praeludium in C BuxWV 136
Ciacona in c BuxWV 159

Johann Adam Reincken (1623-1722)
Fuga in g

Delphin Strunck (1601-1694)
Ich hab mein Sach Gott Heimgestellt

Ad Wammes (*1953)
Happiness

Johann Ludwig Krebs (1713-1780)
Freu dich sehr, o meine Seele, KrebsWV 519 & 520

Johann Gottfried Walther (1684-1748)
Concerto in Bes van Albinoni
[Allegro – Adadio – Allegro]

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Allein Gott in der Höh’ sei Ehr BWV 676
Praeludium en Fuga in C BWV 547